Druk of opstandig kind? Dit zelfhulpprogramma helpt ouders zonder wachtlijst

15-10-2026 door de redactie

Ouders van een druk of opstandig kind hoeven niet op een wachtlijst te wachten: met het zelfhulpprogramma 'Aan de Slag met Druk en Opstandig Gedrag' gaan ze direct zelf aan de slag, met een werkboek en een online omgeving. Het programma vermindert gedragsproblemen bij kinderen van 4 tot en met 12 jaar en verbetert de opvoedvaardigheden en het welzijn van ouders. Dat blijkt uit onderzoek onder 110 gezinnen van psycholoog Suzanne de Jong-Arts, die op 13 oktober promoveerde aan de Vrije Universiteit Amsterdam. De VU maakte de resultaten op 9 oktober bekend; GGZ Nieuws nam het bericht over.

Waarom oudertraining vaak op zich laat wachten

Bij vijf tot zestien procent van alle kinderen zorgt druk of opstandig gedrag voor problemen in het dagelijks leven, schrijft de VU. Het gaat om kinderen met een diagnose zoals ADHD of een gedragsstoornis, maar ook om kinderen zonder diagnose die veel hinder ervaren van hun gedrag. Volgens behandelrichtlijnen is oudertraining in de meeste gevallen de beste eerste stap. In de praktijk stuiten ouders op wachtlijsten, of past een intensieve groepstraining niet in hun dagelijks leven.

Wat is 'Aan de Slag met Druk en Opstandig Gedrag'?

Het programma is ontwikkeld door de Vrije Universiteit en kinder- en jeugdpsychiatrie Accare, en is de zelfhulpvariant van de oudertraining Behavioral Parent Training Groningen. Het is bedoeld voor ouders van kinderen van 4 tot en met 12 jaar. Volgens de samenvatting van het proefschrift duurt het 15 weken en bestaat het uit 11 modules. Ouders kiezen zelf drie tot vijf concrete gedragingen waaraan ze willen werken, en leren technieken voor wat ze vóór en ná dat gedrag doen.

Opvoedondersteuner Twinkeltje in Rotterdam, die het programma aanbiedt, noemt onder meer deze onderwerpen: positieve aandacht, samen spelen, meer structuur, duidelijke regels en opdrachten, extra beloningen, negeren, reageren op lastig gedrag en omgaan met driftbuien. Daarnaast kunnen ouders beperkte telefonische ondersteuning krijgen van een professional, volgens De Jong-Arts bijvoorbeeld een pedagogisch medewerker of een POH-GGZ bij de huisarts. Bij Twinkeltje belt een pedagoog om de twee weken.

Wat het onderzoek laat zien

Tussen 2019 en 2021 deden 110 gezinnen mee. Door loting kreeg een deel het programma direct en kwam een deel eerst op een wachtlijst. De gezinnen met het programma werden opnieuw verdeeld: met en zonder telefonische ondersteuning. Ouders vulden op vier momenten vragenlijsten in. Op diezelfde momenten werden ze vier dagen achter elkaar gebeld over het gedrag van hun kind die dag.

  • Minder gedragsproblemen. De gedragsproblemen namen sterker af dan in de wachtlijstgroep. Het effect was klein tot middelgroot.
  • Het effect bleef. Drie maanden na afloop waren de effecten nog aanwezig.
  • Ouders waren tevreden. Ze gaven het programma gemiddeld een 7,9.
  • Bellen gaf geen extra effect. De telefonische begeleiding verbeterde de uitkomsten niet. Volgens De Jong-Arts hielp die mogelijk wel om ouders gemotiveerd te houden.
Moeder zit aan de keukentafel en maakt aantekeningen in een werkboek

Voor wie het programma minder geschikt is

Niet elk gezin profiteert evenveel. Het programma hielp zowel gezinnen met lichtere als met ernstigere problemen, maar werkte duidelijk beter in gezinnen waar naast het gedrag van het kind weinig andere problemen spelen. De Jong-Arts ziet het daarom als aanvulling binnen de jeugdzorg: ouders kunnen direct starten, en hulpverleners houden tijd over voor gezinnen die meer nodig hebben.

Bij de resultaten horen twee kanttekeningen. Het programma is vergeleken met een wachtlijst, niet met een oudertraining bij een behandelaar. Bovendien rapporteerden de ouders zelf over het gedrag van hun kind.

Waar kun je het programma volgen?

Het programma is nog niet overal te krijgen. Volgens de VU lopen er implementatieprojecten om het breder beschikbaar te maken in de jeugdzorg. Het Nederlands Jeugdinstituut heeft de zelfhulpvariant erkend op niveau 3: sterke aanwijzingen voor effectiviteit. In een proef in Rotterdam boden CJG Rijnmond, Indigo Preventie Rijnmond en Twinkeltje Opvoedondersteuning het programma aan.

Ons advies: zo pak je het aan

  • Vraag ernaar bij de huisarts of het wijkteam. Noem het programma bij naam en vraag of de POH-GGZ, het CJG of het wijkteam het aanbiedt of kan regelen.
  • Begin klein en concreet. Kies, net als in het programma, een paar gedragingen die thuis het meest schuren, zoals aankleden in de ochtend of stoppen met gamen. Vage doelen als 'beter luisteren' zijn lastig te oefenen.
  • Zet in op positieve aandacht. Benoem gewenst gedrag direct en specifiek. Waarom belonen vaak beter werkt dan straffen, lees je in Nieuwe kijk op straf en belonen. Handig daarbij is onze gratis online beloningskaart.
  • Wacht niet bij grote zorgen. Spelen er meer problemen tegelijk, of loopt het thuis of op school vast? Zoek dan hulp van een professional en zie zelfhulp hooguit als aanvulling.
  • Staar je niet blind op een label. Druk gedrag betekent niet automatisch ADHD. Lees meer in Meer diagnoses als ADHD en ASS.

Reacties

Wat andere ouders zeggen over dit artikel

Nog geen reacties. Wees de eerste om te reageren na inloggen.

Veelgestelde vragen

Bij dit artikel

  • Een Nederlands zelfhulpprogramma, ontwikkeld door de Vrije Universiteit en Accare, voor ouders van kinderen van 4 tot en met 12 jaar met druk of opstandig gedrag. Ouders werken 15 weken zelfstandig met een werkboek en een online omgeving, eventueel met beperkte telefonische ondersteuning van een professional.

  • In een onderzoek van de Vrije Universiteit onder 110 gezinnen namen de gedragsproblemen meer af dan bij gezinnen op een wachtlijst. Het effect was klein tot middelgroot en was drie maanden later nog aanwezig. Ook de opvoedvaardigheden en het welzijn van ouders verbeterden.

  • Voor kinderen van 4 tot en met 12 jaar die druk of opstandig gedrag laten zien, met of zonder diagnose zoals ADHD. Het programma hielp ook gezinnen met ernstigere problemen, maar werkte beter in gezinnen zonder veel bijkomende problemen.

  • Niet per se. In het onderzoek gaf telefonische begeleiding geen groter effect. Volgens de onderzoeker hielp het mogelijk wel om ouders gemotiveerd te houden.

  • Het programma is nog niet overal beschikbaar. Volgens de VU lopen er implementatieprojecten in de jeugdzorg. Twinkeltje Opvoedondersteuning in Rotterdam biedt het programma aan. Vraag anders bij de huisarts, de POH-GGZ, het CJG of het wijkteam naar de mogelijkheden.

Meer uit Opvoeding & ontwikkeling